En daar vragen ze MIJ voor…

Altijd wanneer ik de telefoon oppak om mij onbekende personen uit te nodigen voor één van mijn onderzoeken, gaat dat gepaard met een licht gevoel van spanning. Dat gaat nooit over. Want wát gaat er gebeuren als ik straks mijn naam noem en uitleg namens welke organisatie ik bel en met welk doel? In verreweg de meeste gevallen reageert de persoon aan de andere kant beleefd. Licht wantrouwig soms, want niemand heeft zin in een verkoopgesprek, maar als ik uitleg dat iets dergelijks niet aan de orde is, wil men mij over het algemeen wel aanhoren. En aangezien ik altijd wel een paar leuke appeltjes in de mand heb liggen, komt de agenda meestal snel tevoorschijn.

Maar zo gaat het niet altijd. Ooit trof ik een aso zonder weerga. Ik had mijn naam en die van de verzekeringsmaatschappij waar hij een polis had, nog niet genoemd of hij schreeuwde me toe dat ik me maar snel naar een zeker klein vertrek moest spoeden, me moest neer vleien op de daar beschikbare zitplaats, en dat ik vervolgens het spoelmechanisme in werking diende te stellen. Hij bediende zich uiteraard van een andere vocabulaire, maar wat moet je ook, wanneer je totale woordenschat onder de vijfhonderd blijft. Zo’n voorval is even vervelend, maar bekijk het eens positief: fijn dat ik niet met hem getrouwd ben!

Helemaal aan de andere kant van het spectrum herinner ik me een jonge vrouw. Ik belde haar namens de krant waarop zij geabonneerd was. Het was de bedoeling dat ik abonnees zou uitnodigen voor een groepsdiscussie, waarbij de mening over een groot aantal facetten van deze krant gepolst zou worden. Best gezellig natuurlijk, samen rond een grote tafel over je dagelijkse bron van informatie praten, kop koffie erbij en nog een leuk bedragje toe.

Nadat ik het voorstel zo leuk mogelijk had uitgeserveerd, bleef het aan de andere kant een hele tijd stil. Toen hoorde ik hoe zij, op een diep verraste toon, alsof ik zojuist verteld had, dat zij een hoofdprijs in de loterij gewonnen had, haar partner aansprak:

‘Hee Kees, ik heb hier een heel aardige mevrouw aan de telefoon namens de krant. En ze zoeken mensen die hun mening willen geven…. En daar vragen ze MIJ voor….’ Ze klonk zo beduusd en tegelijk zo verguld, dat ik van de weeromstuit net zo blij werd als zij. En natúúrlijk wilde ze meedoen. En ze kreeg nog GELD op de koop toe?? Op zo’n moment ben je toch ineens een klein beetje relevant in iemands bestaan. En het kan nog relevanter. Ooit mocht ik cupido spelen.

Bij die gelegenheid kreeg ik op een vroege ochtend een telefoontje van een heer op leeftijd. Ik had de avond ervoor een groep van acht mannen en vrouwen bij elkaar gehad voor een onderzoek. Allemaal senioren. Waaronder hij. Na afloop was hij naar de tram gelopen met een aardige dame uit die groep. En het had zo leuk tussen hen geklikt. Natuurlijk mocht ik hem haar telefoonnummer niet geven, maar als ik nu zo vriendelijk wilde zijn om haar even te bellen met ZIJN nummer, misschien wilde zij HEM dan wel bellen. Nou, dat wilde ze! Toen ik haar sprak jubelde ze het uit en ze herhaalde het nummer wel drie keer, om zeker te zijn dat ze het correct had opgeschreven.

En daarna leefden ze nog lang en gelukkig. Daar ga ik tenminste maar vanuit.